Home

Waterschap Noorderzijlvest

02 - Bomsterzijlvest, 1754 - 1864

Inleiding
Het Bomsterzijlvest besloeg een gebied dat liep van Marum-Nuis-Niebert, in het zuiden, tot de omgeving van Grijpskerk en Niezijl, in het noorden. Het westelijk deel van het landschap Vredewold, dat is het gebied ten noorden van de zandrug die loopt van Marum, richting Nuis, Niebert en verder naar Midwolde in Oost-Vredewold, waterde oorspronkelijk af door het Oude Riet. Deze ontsprong in de buurt van Marum, stroomde eerst in oostelijke richting en boog vervolgens om naar het noorden waarbij ze zich langzamerhand verbreedde zich direct naar de zee in noordelijke richting.Dit werd het Wolddiep. In de buurt van Gaarkeuken zal men aansluiting hebben gevonden bij de Tarjat, een waterloop die in oostelijke richting stroomde en die ten zuiden van het huidige Niezijl in zee uitkwam. De Tarjat is vergraven tot het Hoerediep. Maar ook daar kreeg menlast van opslibbing met als gevolg overstromingen in Langewold en dat tengevolge van een waterloop aangelegd ten behoeve van en onderhouden door West-Vredewold. Geen wonder, dat er spanningen ontstonden tussen beide landschappen. Onderhandelingen leidden tot de overeenkomst van 8 juni 1385, die als oprichtingsakte van het Bomsterzijlvest kan worden beschouwd. De overeenkomst van 1385 en ook latere regelingen brachten echter geen oplossing voor de problemen met de afwatering. De Riet tussen Humsterland en Langewold slibde seeds verder dicht. Zo waren in 1554 de Slotezijl (ook wel Okswerderzijl of Vredewolderzijl genoemd), waardoor Oost-Vredewold afwaterde en de Langewolderzijl, waardoor Oldekerk, Niekerk en Faan hun afwatering hadden, 'staf' geworden, dat wil zeggen dichtgeslibd. Na een aantal vergeefse pogingen om de afwatering te verbeteren, werd een overeenkomst gesloten met de zijlvesten van West-Vredewold waarbij een deugdelijke uitwatering werd verkregen door de Bomsterzijl. Oldekerk, Niekerk en Faan werden zodoende in het Bomsterzijlvest opgenomen. Na het oorlogsgeweld van de Tachtigjarige Oorlog werd er begonnen met de bouw van een nieuwe zijl bij de Opslag, in de waterloop die nu de Kommerzijlsterrijt heet. Die nieuwe zijl werd aangelegd ter vervanging van de Niehoofsterzijl (ook wel Homsterzijl genoemd), de verwoeste Sloterzijl en de weggeslagen Bomsterzijl. De bouw van de Opslagsterzijl of Kommerzijl werd voltooid in 1598. In 1600 kwam een regeling tot stand waarbij het toezicht en de rechtspraak kwamen te berusten bij de besturen van de drie oude zijlvesten. Dat betekende dat de afwateringsgebieden Humsterland, voorzover ressorterende onder de Niehoofsterzijl, oostelijk Langewold en Vredwold werden samengevoegd en dat het Kommerzijlvest een overkoepelend orgaan werd. Elk van de drie zijlvesten hield zijn eigen organisatie met grietmannen en zijlrechters, maar samen voerden de drie grietmannen de administratie over de gemeenschappelijke zijl en oefenden ze het toezicht uit.

Hoewel door het aanleggen van de Kommerzijl de Bomsterzijl zijn waarde verloor, bleef het Bomsterzijlvest als onderdeel van het Kommerzijlvest voortbestaan. In het reglement van dat zijlvest van 1755 staat hoe het bestuur van het Bomsterzijlvest er uit zag. Het Bomsterzijlvest werd bestuurd door een grietman en zes zijlrechters, namelijk twee van Faan, twee van Niekerk, een van Oldekerk en een van Okswerd. Over de wijze van benoeming van de grietman, later volmacht geheten, werd in 1755 een proces gevoerd. In het reglement van prinses Anna is ook sprake van een eigen grietman voor Nuis, Niebert, Marum en Noordwijk. Het bestuur werd terzijde gestaand door een bode. Het Kommerzijlvest en daarmee ook het Bomsterzijlvest werden opgeheven in januari 1864 en het grondgebied opgenomen in het ressort van het waterschap Westerkwartier. De archieven van het Kommerzijlvest werden eigendom van het waterschap Westerkwartier. In 1899 werden ze in bruikleen overgedragen aan het Rijksarchief in Groningen, waar ze met enkele andere stukken werden aangevuld.